Asbestinventarisatie: wanneer verplicht en wat staat erin
Ga je slopen, verbouwen of een dak vervangen in een gebouw van vóór 1994, dan heb je vaak een asbestinventarisatierapport nodig. Hier lees je wanneer dat verplicht is, wanneer niet en wat je ermee doet.
Wanneer is een inventarisatie verplicht?
Wie sloopt, moet een asbestinventarisatierapport hebben voor het deel van het gebouw waar wordt gesloopt, als hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er asbest in zit (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 7.9 lid 1). Onder slopen valt ook het verwijderen van een oud dak of een deel ervan.
Wanneer niet?
De belangrijkste uitzonderingen voor een huiseigenaar (artikel 7.9 lid 2):
- het gebouw, of het deel waar je werkt, is na 1 januari 1994 gebouwd;
- je verwijdert als particulier zelf geschroefde, hechtgebonden asbestplaten (geen dakleien), asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde vloerbedekking uit je eigen woning, tot 35 m² in totaal.
Wat staat er in het rapport?
Een gecertificeerd inventarisatiebureau onderzoekt het gebouw, neemt zo nodig monsters en laat die onderzoeken. Het rapport beschrijft waar asbest zit, welk soort en hoeveel, en hoe het verwijderd moet worden. Het bedrijf dat het asbest verwijdert, krijgt vooraf een afschrift van het rapport (artikel 7.9 lid 3).
Daarna: melden en saneren
Met het rapport doe je een sloopmelding bij de gemeente, in de regel ten minste vier weken voor de start (artikel 7.10). Een gecertificeerd saneringsbedrijf verwijdert het asbest, waarna een eindcontrole volgt. Wil je een lening gebruiken, vraag die dan aan voordat je begint; de inventarisatie mag vaak al wel gedaan zijn. Zie Asbestdak: lening en subsidie.